Over (goede) psychologen, therapeuten, coaches en counselors
Af en toe beland ik in gesprekken die beginnen met een zucht. ‘Ja maar… tegenwoordig is iedereen toch coach?’ Soms gevolgd door een lichte oogrol, soms door een lach, soms door oprechte verwarring. En eerlijk? Ik snap het. In een wereld waar je met een blitse website, een logo en een flinke dosis enthousiasme al snel een praktijk kan openen, is het niet altijd eenvoudig om nog het verschil te zien.
Tegelijk merk ik ook het andere uiterste: coaches die zich bijna moeten verontschuldigen voor hun titel, alsof ze iets minder serieus doen. Dat raakt mij. Niet omdat ik een kamp wil kiezen, maar omdat ik elke dag zie hoeveel mensen nood hebben aan ondersteuning- en hoe waardevol het is dat die hulp in verschillende vormen bestaat.
Titels zijn handig, maar mensen zijn belangrijker.
Laat me dit meteen zeggen: ik geloof niet zo in titels op zich. Ik geloof wél in mensen. In hun houding, hun opleiding, hun zelfkennis en hun vermogen om verantwoordelijkheid te dragen. In mijn werk heb ik fantastische coaches ontmoet, en ook psychologen waarvan ik dacht: dit zou zorgvuldiger mogen. En omgekeerd. De titel alleen vertelt nooit het hele verhaal.
Dat gezegd zijnde: duidelijkheid is wél belangrijk. Voor cliënten, maar ook voor onszelf. Coaching is geen vrij podium voor buikgevoel alleen. Een goede coach heeft een degelijke opleiding, kent methodieken en begrijpt hoe veranderingsprocessen werken. Coaching is vaak resultaat- en toekomstgericht, en past bij mensen die voldoende draagkracht hebben om actief met doelen aan de slag te gaan.
Maar coaching is niet voor iedereen. En ook niet voor elke vraag. Wie met zware trauma’s, een ernstige psychische kwetsbaarheid of complexe problematiek worstelt, heeft meer nodig dan een goed gesprek en een actieplan. Dan is therapie of gespecialiseerde psychologische zorg geen luxe, maar een noodzaak.
Eerst je eigen pleisters plakken
Wie met mensen werkt, ontkomt niet aan zichzelf. We nemen onze geschiedenis, onze gevoeligheden en onze kwetsuren mee de praktijkruimte in. Dat hoeft geen probleem te zijn- integendeel. Maar het vraagt wel verantwoordelijkheid. Je kan moeilijk iemand begeleiden door een moeras als je er zelf tot aan je knieën in vastzit.
Daarom geloof ik zo sterk in zelfwerk. In therapie volgen, supervisie, intervisie. Niet omdat we ‘af’ moeten zijn (bestaat dat eigenlijk?), maar omdat we mild en helder moeten kunnen kijken. Naar de ander én naar onszelf. Voor mij is dat geen extraatje, maar een basisvoorwaarde om met mensen te werken.
Samen sterk (ja, echt)
In de dagelijkse praktijk zie ik vooral dit: wachtlijsten die uitpuilen, mensen die te lang wachten, mensen die afhaken, mensen die niet weten waar ze terechtkunnen. In zo’n landschap hebben we geen nood aan concurrentie, maar aan samenwerking.
Ik zie coaching, counseling, therapie en psychologie als schakels in één groter geheel. Soms ben ik zelf die schakel. Soms verwijs ik door. Soms loop ik een stukje mee terwijl iemand wacht op gespecialiseerde hulp. Soms neem ik het over wanneer therapie afgerond is. Dat vraagt vertrouwen, respect en het lef om te zeggen: hier stopt mijn stuk, en hier begint dat van een ander.
Doorverwijzen voelt voor mij niet als falen. Het voelt als zorg dragen. Voor de cliënt, maar ook voor mezelf.
Een kleine wens
Misschien is dit mijn warme wens: dat we iets minder praten over wie ‘meer’ of ‘echter’ is, en iets meer over hoe we goed kunnen zorgen. Dat we onze sterktes kennen, onze grenzen respecteren en elkaar durven inschakelen.
Want als coaches, counselors, therapeuten en psychologen elkaar niet wegzetten maar aanvullen, gebeurt er iets moois. Dan ontstaat er ruimte. Voor cliënten. Voor hulpverleners. En voor menselijkheid- met al haar rafelrandjes. Gelukkig maar.