Polyvagaaltheorie: wanneer je lichaam mee spreekt
We zijn gewoon om naar klachten te kijken vanuit het hoofd. Wat denk je? Wat voel je? Welke overtuigingen spelen mee? Welke gebeurtenissen hebben invloed gehad op wie je vandaag bent?
Maar er is nog een andere ingang: het lichaam.
Ons lichaam reageert voortdurend op wat er rondom ons én in ons gebeurt. Nog vóór we bewust kunnen benoemen dat iets spannend, onveilig of overweldigend voelt, kan ons zenuwstelsel al in actie komen. We spannen onze spieren aan, onze ademhaling verandert, ons hart gaat sneller kloppen of we trekken ons juist terug. Soms merken we die signalen nauwelijks op, totdat ze zich steeds nadrukkelijker beginnen te manifesteren.
De polyvagaaltheorie, ontwikkeld door de Amerikaanse neurowetenschapper Stephen Porges, biedt een interessant kader om beter te begrijpen hoe ons autonome zenuwstelsel reageert op signalen van veiligheid en gevaar. De theorie kijkt onder meer naar de rol van de nervus vagus en naar de manier waarop ons zenuwstelsel ons helpt om te schakelen tussen verbinding, actie en bescherming.
Ons zenuwstelsel is voortdurend aan het afstemmen
Je zenuwstelsel staat nooit helemaal stil. Het scant voortdurend de omgeving en je eigen lichaam op signalen die iets zeggen over veiligheid of dreiging. Dat gebeurt grotendeels buiten ons bewustzijn.
Wanneer we ons veilig voelen, ontstaat er ruimte. We kunnen gemakkelijker contact maken, nadenken, relativeren, voelen en herstellen. Wanneer ons systeem gevaar waarneemt, schakelt het over naar een beschermingsreactie. We kunnen dan bijvoorbeeld in de actiestand terechtkomen: gespannen, gejaagd, alert, perfectionistisch of voortdurend bezig. Maar bescherming kan ook een andere vorm aannemen. We kunnen ons afsluiten, terugtrekken, verdoven of het gevoel hebben dat we er niet helemaal bij zijn.
Dat zijn geen tekenen van zwakte. Het zijn manieren waarop ons lichaam probeert om met belasting en mogelijke dreiging om te gaan.
Trauma leeft niet alleen in herinneringen
Wanneer iemand een traumatische of langdurig belastende ervaring heeft meegemaakt, denken we vaak eerst aan de herinnering: wat is er gebeurd en welke gedachten of emoties zijn daaraan verbonden?
Maar trauma kan zich ook lichamelijk laten voelen.
Misschien staat iemand voortdurend ‘aan’. Misschien is er sprake van slaapproblemen, spanning in het lichaam, hoofdpijn, hartkloppingen, vermoeidheid of een sterk gevoel van overprikkeling. Ook het spijsverteringsstelsel kan reageren op langdurige stress. De verbinding tussen hersenen en darmen is complex en wederzijds: stress kan invloed hebben op de darmfunctie, terwijl signalen vanuit het lichaam op hun beurt weer invloed kunnen hebben op hoe we ons voelen.
Daarbij is het belangrijk om lichamelijke klachten niet zomaar als ‘trauma’ te bestempelen. Een lichamelijke klacht kan verschillende oorzaken hebben en verdient, waar nodig, een medische evaluatie.
Wat we wél kunnen doen, is het lichaam serieus nemen als onderdeel van het verhaal.
Wat vertelt je lichaam? Waar voel je spanning? Wanneer verandert je ademhaling? Wanneer voel je dat je over je grens gaat? En wat helpt je zenuwstelsel om opnieuw meer rust en veiligheid te ervaren?
Ook in België groeit de aandacht
In België heeft onder meer Luc Swinnen de werking van de nervus vagus, stress en de polyvagaaltheorie onder de aandacht gebracht. Hij schrijft en spreekt over de relatie tussen stress, het brein en het zenuwstelsel en vertaalt deze inzichten naar het dagelijks leven en de praktijk.
Ook wij vinden het waardevol om niet alleen te kijken naar wat iemand vertelt, maar ook naar hoe iemand zich voelt terwijl hij of zij dat vertelt. Soms weet je verstand heel goed dat je veilig bent, terwijl je lichaam nog altijd op zijn hoede blijft.
Veiligheid begint bij de omgeving
Als we spreken over het zenuwstelsel en veiligheid, gaat het niet alleen over oefeningen die iemand tijdens een begeleiding kan aanleren. De omgeving waarin iemand ontvangen wordt, maakt eveneens deel uit van die ervaring van veiligheid.
Daar proberen we bij Sensie bewust aandacht aan te besteden.
We zorgen voor een rustige en aangename omgeving, waarin er ruimte is om op adem te komen. We proberen onze afspraken voldoende te spreiden, zodat cliënten niet het gevoel zich te moeten opjagen, omdat de volgende cliënt al aan de deur staat te wachten. Er is tijd om binnen te komen, stil te staan bij wat er speelt en weer rustig af te ronden.
Dat lijkt misschien eenvoudig, maar voor iemand die al lange tijd onder spanning staat, kan het een belangrijk verschil maken.
Ook voorspelbaarheid draagt bij aan veiligheid. Weten waar je aan toe bent, ervaren dat er geluisterd wordt en voelen dat je niet voortdurend hoeft te presteren of jezelf te verantwoorden: het zijn kleine elementen die samen een groot verschil kunnen maken.
Co-regulatie: samen tot rust komen
Een belangrijk begrip binnen het werken met het zenuwstelsel is co-regulatie.
We reguleren onszelf niet altijd alleen. Als mens zijn we van nature afgestemd op anderen. De aanwezigheid van een rustige, betrokken en afgestemde ander kan helpen om ook zelf meer rust te ervaren.
Dat gebeurt niet alleen door wat iemand zegt. Ook stemgebruik, tempo, lichaamstaal, gezichtsuitdrukking, aanwezigheid en aandacht spelen een rol.
In therapie en coaching betekent dit dat de relatie zelf een onderdeel van de begeleiding wordt. Niet alleen wat we doen is belangrijk, maar ook hoe we samen in de ruimte aanwezig zijn.
Een cliënt hoeft niet eerst volledig rustig en gereguleerd te zijn om zich welkom te voelen. Samen zoeken we naar voldoende veiligheid om te kunnen voelen, onderzoeken en bewegen.
Van begrijpen naar ervaren
Binnen onze begeleiding kijken we daarom niet uitsluitend naar het verhaal dat iemand vertelt, maar ook naar wat er ondertussen in het lichaam gebeurt.
We kunnen bijvoorbeeld stilstaan bij:
- de ademhaling en het tempo ervan;
- spanning en ontspanning in het lichaam;
- signalen van overprikkeling;
- het herkennen van grenzen;
- manieren om opnieuw te gronden;
- het ervaren van veiligheid en rust;
- kleine oefeningen die helpen om te vertragen en te reguleren.
Een ademhalingsoefening kan helpen om even uit de automatische piloot te stappen. Gronden kan helpen om opnieuw contact te maken met het hier en nu: je voeten op de grond voelen, je omgeving bewust waarnemen en je aandacht terugbrengen naar het lichaam.
Het zijn geen trucjes waarmee we moeilijke ervaringen zomaar kunnen wegademen. Het gaat eerder om het opnieuw leren herkennen van signalen, het vergroten van draagkracht en het ontwikkelen van meer keuzevrijheid in hoe je met spanning en emoties omgaat.
Hoofd én lichaam
Voor ons betekent dit een bredere kijk op begeleiding.
We hoeven niet te kiezen tussen praten over wat er gebeurd is en luisteren naar wat het lichaam vertelt. Beide kunnen elkaar aanvullen. Inzicht kan helpen om te begrijpen wat er speelt. Lichaamsgerichte oefeningen kunnen helpen om het ook daadwerkelijk te ervaren. En binnen een veilige therapeutische of coachende relatie kan er ruimte ontstaan om stap voor stap nieuwe ervaringen van rust, verbinding en vertrouwen op te bouwen.
Herstel betekent niet noodzakelijk dat je nooit meer spanning voelt.
Het betekent misschien eerder dat je je lichaam beter leert verstaan. Dat je sneller herkent wanneer je systeem in de overdrive gaat. Dat je weet wat jou helpt om weer te landen. En dat er opnieuw ruimte ontstaat tussen wat er gebeurt en hoe je erop reageert.
Je lichaam is geen lastige tegenstander die je moet leren beheersen. Het is een deel van jezelf dat voortdurend probeert om je te beschermen. Soms vraagt het niet om méér controle, maar om aandacht, veiligheid en begrip.
Dat perspectief nemen we bij Sensie graag mee in onze begeleiding: met aandacht voor het verhaal, het lichaam én de relatie. Want soms begint verandering niet bij harder proberen, maar bij je opnieuw veilig genoeg voelen om te kunnen vertragen.